Vreemde snuiters en snorkels

mei 10, 2008 by jeroenmim

Er lopen hier in Australië nogal wat vreemde beesten rond die we in Europa niet hebben. Eén daarvan is de platypus. Naast de echidna (een miereneten met de uiterlijke kenmerken van een stekelvarken) is de platypus het enige zoogdier dat eieren legt. Dat is het niet het enige vreemde aan het beestje. Het heeft een eendenbek aan de voorkant en een otterstaart aan de achterkant. Verder ziet het beestje niet al te best, maar weet zich te oriënteren via spanningsveldjes in het water. Nou, zo’n beestje willlen we dan wel eens zien! Probleem is alleen dat ze maar op een paar plekken voorkomen en ze zich lang niet altijd laten zien. Maar wij zijn zeker ze te gaan zien hoor. We weten inmiddels zelf ook wat voor mazzelaars we zijn.

En inderdaad, in Eungella National Park zien we (na een half uurtje wachten) een platypus rondzwemmen. Het beestje laat zich steeds 5 seconden zien, om vervolgens onder water te duiken en 20 seconden later weer ergens boven water te komen. Voor de schitterende schildpadden, die er in grote getale ronddobberen, hebben we geen oog meer.

Twee dagen later maken we zeil- annex snorkeltrip bij de Whitsunday Islands. Verwend als we inmiddels zijn, zijn we niet onder de indruk van het koraal. In Thailand en Maleisië is het veel kleurrijker. Hier is het koraal wit/grijs en een beetje grauw. Zou dit nou het resultaat zijn van de ‘global warming’? De visjes zijn wel prachtig maar het geheel valt dus een beetje tegen.

Wel ontmoeten we op de boot een Duits koppel dat al zeven maanden Down Under reist. De platypus hadden ze, na verschillende pogingen ondernomen te hebben, nog niet gezien…

Wel de cassowary. De cassowary is een emu-achtige vogel, met een grote hoornen bult op zijn hoofd. Op dus naar Daintree National Park, want daar huisvest de cassowary. Ook deze rare snuiter willen we wel eens zien. Omdat het leefgebied van de cassowary, tropisch regenwoud, steeds kleiner is geworden, is het beest bijna uitgestorven. Daarnaast worden er nogal wat van de beesten doodgereden.

Door het regenwoud zijn verschillende boardwalks aangelegd. We slaan er geen over, want we willen de cassowary ook wel eens zien in het wild (in de Australian Zoo hadden we ze namelijk al wel gezien). Helaas, we zien er niet eentje. Ook ons geluk is niet onuitputtelijk. 

Of toch niet? Als we de volgende ochtend het park weer willen verlaten (en dan maar een foto van de plastic cassowary aan het begin van het park willen maken), staan er ineens twee van die enorme vogels midden op de weg. In het echt zien ze er bijna net zo plastic uit als het afgietsel. De felgekleurde nek zou niet misstaan in een jaren-50 koelkast (ook leuk onder een black light). Even later stopt er nog een auto. De twee dames op leeftijd omhelzen elkaar van geluk. Ze hebben al een week gezocht naar een cassowary in het wild. Eindelijk is het ze dan gelukt!

En gisteren kwamen we aan in Cairns, ons eindpunt aan de oostkust van Australië. Voor velen een vertrekpunt om naar de Great Barrier Reef te gaan. We twijfelen of we nog een keer zullen gaan snorkelen, Whitsunday viel immers tegen, maar besluiten het toch te doen. We zijn er immers toch. De glossy folders laten we links liggen bij het boekingskantoor. Het moet goedkoop…

Tja, dan krijg je een boot die eruit ziet alsof die ieder moment naar Bangladesh kan worden verscheept om daar op het strand gesloopt te worden. Maar we komen hier niet voor de boot. We komen voor de Great Barrier Reef. Volgens de BBC nummer 2 van de dingen die je gezien moet hebben voordat je dood gaat (van de top-50, nummer 1 is de Grand Canyon, we zijn de lijst overigens niet aan het afwerken).

Dit keer is het snorkelen adembenemend mooi. Het water is zo helder dat je met gemak 25 meter verder kan kijken. Schitterende vissen, schitterend koraal. Deze trip was boven verwachting. OK, de boot ziet er niet zo flashy uit, maar de bemanning is vriendelijk en servicegericht en het aantal snorkelaars op de snorkelplek valt heel erg mee (bij sommige locaties snorkel je met meer dan 200 man!!, over “tourist trap” gesproken).

Kortom, we hebben weer een leuke week achter de rug. We zijn bijna gereed om naar de outback te gaan. De camper is gewassen (geen spoor meer te bekennen van onze off road activiteiten), de trompet is naar huis gestuurd en morgenvroeg gaan we alles weer in de rugzakken proppen. Zondag vliegen we naar Alice Springs in het hart van Australië. Daar staat weer een Wicked op ons te wachten.

Zullen we dit keer wel een hippe Wicked krijgen, of gaan we weer met de Suf-mobiel op pad?

Fraser Island

mei 2, 2008 by jeroenmim

Fraser Island, Het grootste zandeiland ter wereld. Unesco wereld erfgoed en het ligt op onze route. Min of meer een verplichte attractie dus. Eigenlijk hebben we er niet zoveel zin in, want we denken dat het erg toeristisch is. En misschien komt het ook wel omdat we denken dat we met een bustocht het eiland zullen verkennen. Andere opties zijn om het eiland in 3 dagen te verkennen met een groepje van 9 personen, of zelf een 4×4 te huren. Het groepsreisje valt op voorhand al af. Dit wordt vooral door backpackende tieners en twintigers gedaan, niet door hippe dertigers. En een eigen four wheel drive huren is te duur, dus dan blijft de busreis over.

Omdat we daar eigenlijk niet heel veel zin in hebben, bestuderen we de prijzen van de opties nog eens een keer. En tot onze verbazing maakt het financieel eigenlijk helemaal niet zoveel uit welke optie we kiezen. Sterker nog, een eigen 4×4 huren is goedkoper dan de bus! Fraser Island wordt ineens een stuk aantrekkelijker.

Om 07.15 uur kunnen we onze 4×4 ophalen. Geen inimini Suzuki of iets dergelijks. Nee, een echte 4×4 voor bikkels. Een Jeep Wrangler. De banden hebben een hele lage spanning, zodat we over het mulle zand kunnen rijden. Eerst moeten we echter over de verharde weg naar het stand, 12 kilometer verderop. Door de lage bandenspanning lijkt de auto weg te waggelen als we een bocht moeten nemen. In het zand is het prima en zelfs comfortabel, want de slappe banden fungeren ook als een paar extra schokbrekers.

Net voor het strand, waar we de pont moeten nemen, staat een bord. Hierop staat (STOER!) dat 2 wheel drives niet verder mogen. Dit is alleen nog maar voor 4×4. Dat beloven twee leuke dagen te worden. Als we bij het strand aankomen liggen er twee pontjes te wachten. Voor iedere pont staat een mannetje te wuiven dat we bij hem aan boord moeten komen. Het lijkt Vietnam wel.

De overtocht duurt 5 minuten en dan kunnen we aan de slag. Voor ons een verlaten strand. Een volle tank benzine, twee inmiddels enthousiast geworden toeristen en een net warm gereden 4×4. Voorzichtig beginnen we aan onze tocht, maar al gauw rijden we met 70 km/u over het strand. Lekker uitwaaien. Naarmate het later wordt, wordt het ook drukker. Maar Fraser is toch niet die “tourist trap” die ons gisteren nog voor ogen stond.

De eigenaar van het verhuurbedrijf heeft een twee-daagse route voor ons uitgestippeld. Heel handig, want ook met de getijden is rekening gehouden. Onze eerste bezienswaardigheid ligt 67 kilometer verderop. Vanaf daar rijden we weer terug naar andere bezienswaardigheden, zoals het in 1935 aan wal gelopen schip Meheno, bekend van de ansichtkaarten.

Tegen enen moeten we van het strand af zijn in verband met vloed. Dan beginnen we zelf ook genoeg te krijgen van het rijden op het strand. We gaan de “binnenlanden” van Fraser in: tropisch regenwoud. Wat is dit ontzettend mooi.

De Jeep gromt er heerlijk op los en wij voelen ons net Indiana Jones. Helemaal als we onderweg een grote slang over de weg zien kruipen. Het beest van 2 meter lang blijkt een (overigens ongevaarlijke) carpet snake te zijn.

Ook de tweede dag is een heerlijke dag. Ongelofelijk dat we hier zo op eigen gelegenheid door het regenwoud en de bossen mogen rijden. In Nederland doen ze over ieder zandpaadje zo moeilijk. Hier rijden we gewoon door beschermd regenwoud. We zwemmen er in een zoetwatermeertje (de zee is te gevaarlijk door de onderstomen en mens-etende haaien). Ook spotten we onze eerste dingo. Een dingo is een wilde hond die in Australië voorkomt. Op Fraser Island komt het zuiverste ras, van deze met uitsterven bedreigde, dingo voor. Het eiland is groot genoeg voor de beesten om te kunnen voortbestaan en er vindt geen kruisbestuiving met andere honden plaats. Overigens worden we overal gewaarschuwd voor de dingo’s, ze kunnen namelijk mensen aanvallen.

In de middag komen we moe en voldaan weer aan bij het verhuurbedrijf. Onze Jeep blijkt wel een slokje te lusten. We waren er al voor gewaarschuwd door de verhuurder: ‘A full tank will give you 340 k’s and that’s just road juice’. Met andere woorden, op de openbare weg kom je 340 kilometer ver, in het terrein bij lange na niet. Uiteindelijk hebben we in het terrein 1 op 4 gereden en we hebben de 4WD nauwelijks aan gehad (dankzij de lage bandenspanning en de grote bodem vrijheid is dat niet nodig). Mmm… milieu vriendelijk tripje?

Fraser Island bleek uiteindelijk, tegen onze eerste verwachtingen in, erg leuk en mooi. Ga er dus vooral niet heen, vertel het ook niet verder. Dan blijft het er heerlijk rustig en kunnen wij over een paar jaar nog een keertje gaan.

Eindhoven zal wezen

mei 1, 2008 by jeroenmim

En vandaag is onze oudste (schoon)broer jarig.

Henri voorspelt al sinds 1975 op weer een kampioenschap voor FC Eindhoven (in de volksmond ook wel EVV genoemd). Daar hebben wij als familie natuurlijk ook weer een boel lol om.

En dan dreigt Eindhoven dit jaar failliet te gaan. Onbegrijpelijk, dat na al die successen van de laatste jaren. Omdat wij nog vele jaren willen genieten van Henri’s wanhopige en gepassioneerde voetbalverhalen, hopen we dat Eindhoven dan ook dit jaar maar weer mag overleven. Neem daarom ook eens een kijkje op http://www.vriendenvaneindhoven.nl als je de blauw-witten wilt steunen. Wij hebben we wel een tientje voor over om onze Hennus ook volgend jaar weer op alle verjaardagen “Eindhoven zal wezen” te horen zingen.

Oh ja, zouden we het bijna vergeten. Henri van harte met je verjaardag!

Home@Crocodile Hunter.

april 30, 2008 by jeroenmim

Australian Zoo. Home of the Crocodile Hunter.

Tijdens onze eerste weken in Australie horen van verschillende reizigers dat de Australian Zoo een ‘highlight’ is. Ook in de Lonely Planet staat een dikke aanbeveling… Well, time to check it out!

Vonden wij Steve Irwin met zijn krokodillen op TV altijd nogal overdreven, in Australie is hij een held! Waarom blijkt als we het park opkomen. Voor alle beestjes die hier huizen zijn enorm ruime en schone verblijven gebouwd. En overal is het groen. Je moet goed zoeken naar de bewoners van een verblijf, want de huisvesting is vaak zo groot dat je even moet rondlopen om het beest te vinden. En je kunt zien dat ze het naar hun zin hebben. Geen beesten die verveeld rondjes draaien of tegen het hek stampen.

Bob en Lyn Irwin begonnen deze dierentuin in 1970. Zoon Steve (the Crocodile Hunter) en zijn vrouw namen het management in 1992 over. Hun doel is om door educatie wildlife te ‘behouden’. ‘Conservation through exciting education’. Steve is in 2006 overleden. Hij kreeg de staart van een stingray in zijn hart toen hij aan het filmen was voor zijn volgende ‘Awesome’ documentaire. Zijn familie zet zijn levenswerk voort. Toegangsgelden worden gebruikt om bedreigde diersoorten te behouden. Ook is er een dierenziekenhuis om gewonde dieren uit de streek te helpen.

Steve had vooral een enorme passie voor krokodillen. Vandaar dat er in het park verschillende exemplaren ‘te bewonderen’ (brrr) zijn. Het centrale stadion is omgedoopt tot ‘Crocoseum’ en daar pikken we een showtje mee. We leren vanalles over de olifanten, slangen, vogels en zien een enorme zoutwater krokodil (saltie) voorbij komen. ‘They earned their space, so give them space’ is de leus. De regels: bij salties hun territoriale waters niet in het water gaan, over het water hangen of op de oever komen. Vanaf nu zijn we in ‘croc-country’… Oke, wij weten voor de rest van onze trip genoeg en blijven in de camper zitten ;-)

Ook komt de dierentuin, tijdens deze dag, geregeld naar ons toe. Medewerkers lopen rond met slangen, (mini)krokodillen, wombats, kamelen en dingo’s. Ze geven uitleg over de beestjes en je mag ze best even aanraken of op de foto zetten. Ook zijn er overal ‘mini-shows’. Nog meer uitleg over beestjes die op dat moment hun eten krijgen. Wat een gigantische hoeveelheid medewerkers en vrijwilligers loopt hier trouwens rond! En ze hebben allemaal datzelfde ‘crocodile hunter’ enthousiasme. Een beetje aanstekelijk is het wel.

Tot slot voert Miriam dan ook een olifant ‘AWESOME’. En treedt Jeroen in de voetsporen van de Crocodile Hunter ‘CROCS RULE!’. Als we op het eind van de dag het park verlaten, zien we in de giftshop, een pop met de gelijkenis van Steve Irwin. Als je op zijn linkerborstzak drukt zegt hij ‘Crickey! Big day ahead!’. Als je op zijn rechter borstzak drukt zegt hij ‘Crocs rule’.

Eens kijken Crocodile Hunter- Martens dat vanavond ook doet… CRICKEY.

Drie dagen Straddie

april 29, 2008 by jeroenmim

Afgelopen vrijdag was het ANZAC-day, een nationale feestdag. We hebben daarom een ‘veilig onderkomen’ gezocht want het hele land ligt plat. Men trekt er massaal op uit om te kamperen. ‘When in Rome, do as the Romans do’, dus ook wij gaan kamperen. Dat doen we overigens al een kleine drie maanden ;-) Onze keuze valt op North Stradbrooke Island, door de locals ook wel afgekort tot Straddie. Australiërs korten trouwens vanalles af. Blanket is blankie, Brisbane is Brissie, breakfast is brekkie en North Stradbroke Island is dus Straddie.

Het eiland, vlak voor de kust van Brissie, heeft slechts een drietal doorgaande wegen, geen supermarkten en een handvol campings. Het is een eiland waar men naar toe gaat om te vissen, 4×4 rijden of te surfen. In combinatie met de zon, die nu eindelijk overvloedig is gaan schijnen, lijkt het hier Hawaï wel. Het bevalt ons dan ook prima op Straddie. Het initiële plan om hier een dag te blijven, verandert dan ook snel. We blijven er drie.

Op onze camping, langs de zee, staan bordjes die waarschuwen voor haaien, sterke onderstromingen, rotsen etc. Genoeg redenen voor ons om uit het water te blijven. Gelukkig is er ook een ‘veilig’ gedeelte. Daar zijn netten tegen de haaien gespannen en kan dus wel gezwommen worden. Misschien een beetje naïef van ons, maar wij dachten, voordat we naar Australië kwamen, dat voor hele grote stukken van de kustlijn netten tegen de haaien gespannen waren. In werkelijkheid is dat hier en daar een stukje ter grootte van een voetbalveldje. Niet dat die netten ons hebben overtuigd om te gaan zwemmen trouwens.

De eerste avond zien we namelijk een zwart-bruine slang door het ondiepe water kronkelen. Brrr. Haaien zien we trouwens ook langs het strand van de camping. Nouja, hele kleintjes (formaatje tekkel). Het type wat wij zien, bijt volgens de locals niet. Al kijken de twee duikers in het water niet heel relaxed. Wij staan gelukkig hoog en droog op de kant en vinden het allemaal wel spannend!

Bij de camping ligt ook een kleine pier om te vissen. Iedere Australiër lijkt te vissen. Jong, oud, man, vrouw. Iedereen loopt hier met een hengel rond. Dat snappen we wel; vissen is natuurlijk veeeeeel veiliger dan zwemmen :-) De boekhandels liggen vol met vis-tijdschriften en overal koop je ‘bait’ (aas). Op de auto’s zijn speciale kokers op de bullbar gemonteerd. Hierin worden de hengels vervoerd.

Als we de eerste avond een kijkje nemen op de pier, vallen we direct met onze neus in de boter. Er zwemt een dolfijn bij de pier. Een paar knaapjes van een jaar of 10 voeren de dolfijn visjes. Ze hebben de visjes ’s middags met een net naar boven gehaald en gooien ze nu (dood) naar beneden. Direct onder ons smikkelt Flipper er lekker van… Hij komt steeds dichter bij. Je kunt hem zowat aanraken!

Later horen we van de ranger dat het visjes voeren eigenlijk niet mag. De dolfijn is een zeldzame Asian Pacific dolphin. Die is mede zo zeldzaam geworden omdat ze niet mee weet hoe ze haar eigen voedsel bij elkaar moet jagen. Oh!

Het is niet de enige dolfijn die we zien. Mazzelaars als we zijn, zien we er ook eentje meesurfen in een grote golf. Bij ‘Point lookuit’, een uitkijkpunt boven de knalblauwe zee, zijn we de eerste dag wel erg ‘lucky’. Zeker 150 a 200 meter lang zwemt een dolfijn met een grote golf mee. Hij geeft een fantastisch staaltje ‘golfsurfen’ weg ;-) Een schitterend gezicht. We blijven nog zeker een uur staan turen in de zee of we nog zo’n showtje kunnen meepikken. Maar buiten een schildpad en een aantal manta roggen (ok mooi!) zien we niets.

De schildpadden die hier huizen zijn grote zeeschildpadden. Een stukje verder vanaf het (ontzettend gave) wandelpad hebben we er goed zicht op. Hier is een grote zee-inham en je kijkt vanuit een houten vlonder recht het kraakheldere water in. Af en toe komt er een schilpad voorbij. Kleintjes maar ook hele grote! Ook zij lijken te surfen op de golven. Ze surfen zo achter hun ochtend- middag en avondmaaltijd aan.

Iedere dag keren we terug naar Point Lookout en het wandelpad naar de schilpadden. Het zijn echt ‘filmlocaties’ hier… Als we het eiland uiteindelijk verlaten, concluderen we eensgezind ‘Straddie is een paradijsje!’.

Oh, we hebben trouwens ook het duiveltje ontmoet. Deze knaap (een guana) liep op het parkeerterrein bij een meertje. Je kunt beter niet gebeten worden door zo’n joekel want de infecties, van zijn beet, kunnen dodelijk zijn. Een guana is echter ook bang voor ‘de mens’. Hij zal daarom zelf waarschijnlijk het hazenpad kiezen. Veiligheid betekent voor hem ‘de hoogte in’. Hij klimt het liefst in een boom.

Mocht je een guana op een open vlakte tegenkomen en hij komt naar je toe… Dan kun je beter op de grond gaan liggen. Da’s veiliger dan ‘boom spelen’ hebben we geleerd. Deze guana waggelde echter op zijn gemakje naar een bosje verderop. Daar bleef hij brutaal op de grond naar ons zitten kijken. Tja, toen hebben wij het hazenpad maar gekozen. Brrrrrrrrrrrrrrrrrrr

Nieuwsflash!!!

april 29, 2008 by jeroenmim

Hiep, hiep hoera. Deze week ontvingen we mail uit Nederland met een leuk bericht. We krijgen namelijk bezoek in Verweggiestan! Op 20 juni hebben we een afspraak met Carolien in Kuala Lumpur. Het ticket is geboekt en heel misschien komt zelfs ‘de blonde stewardes’ (zie Bangkok postings 2 december) ook even mee. Oke, we hebben er wel even voor moeten zeuren… ‘zeg Carolientje, wat denk je ervan… kom je ons ook nog opzoeken?’. Maar dat werkte wel.

Tja, die reactie was te verwachten nadat we een mailtje van Carolien ontvangen dat er allerlei mooie plekken ‘voor het werk’ moeten worden aangedaan. Ja, ja… alsof wij dat geloven. Bijscholing in Zwitserland. En dan, met het negatief van je skibril op, het ‘geleerde’ thuis bij de oudjes zeker in praktijk brengen? Alsof opa van 94 iets heeft aan haar parralel (la-la-la-la) ski-ervaring. En een congres in Madrid? Aan de sangria met vriendinnen is toch echt wat anders dan werken! Die specialisten van tegenwoordig worden toch veel te veel in de watten gelegd! Dat hele jaar hangt van reisjes aan elkaar ;-)

Nu dus ECHT een mini-vakantie in Kuala Lumper. Geen bijscholing of cursus. Geen ‘praatjes’ houden over de bijwerking van medicijnen bij senioren. Nouja, een beetje over het werk willen we het wel hebben… Carolien moet ons nog even bijpraten over het onderwerp van haar promoveren als geriater (aan de TU nota bene) :-) Dus als ze belooft dat je niet een hele week gaat zitten huilen, er zijn zo van die zomers, pikken we haar zeker op in Kuala Lumpur. Gaan we lekker tropische vissen kijken (& opeten) op de Perhintian. Die oudjes in Eindhoven kunnen wel een weekje zonder jou…

Oh als er nog iemand een zakje Venco, pakje stroopwafels of snelle Jelle’s wil doneren… we geven je het adres van ons Carolientje graag door ;-)

De familie Sanders in Australië (deel II)

april 22, 2008 by jeroenmim


Als Gerard en Janna aangeven dat we best nog wat langer mogen blijven, is de beslissing snel gemaakt. We blijven graag nog een dag. Het is hier ontzettend leuk en gezellig. Op zondag gaan alle registers open en krijgen we de full notch VIP behandeling.

Allereerst worden we meegenomen naar het park in Lismore dat wordt onderhouden door de Lions Club. In dit stukje subtropisch bos ziet het letterlijk zwart van de “flying foxes”, grote vleermuizen. Niet van die kleintjes, nee, dit zijn zogenaamde mega-bads (een centimeter of 50 lang).

Hele trossen van de beesten hangen er aan de bomen. Ze hangen er net bij alsof ze een zwarte cape om zich hebben heengeslagen. En hoewel ze er eigenlijk best akelijk uitzien, weten we wel beter. Tijdens een nachelijke wildlife rondleiding op de camping in Sydney hebben we geleerd dat het hele lieve en intelligente beesten zijn.

Ze stammen, net als de mens, af van de aap. En ondanks dat er hier vele duizenden flying foxes in het bos zitten, worden ze met uitsterven bedreigd. Ze hebben echter een heel belangrijke functie. Ze bevruchten de eucalyptes bossen op een vergelijkbare manier als bijen de bloemetjes bevruchten. Er is geen vogeltje of insect wat deze taak van de ‘vliegende vosjes’ kan overnemen! We willen dus graag wat aan positieve marketing voor de beestjes doen!

Het programma gaat verder bij de carboot sale, een grote (rommel)markt. Hier worden de goederen uit de achterbak (boot) van de auto verkocht (natuurlijk heeft iedereen tegenwoordig gewoon een kraampje). Van antiek tot organic chutney, van kleding tot verse eieren, eettentjes, muziekjes, het is hier allemaal te vinden.

De markt vindt plaats in de parkeergarage van het winkelcentrum, dus mocht het vandaag weer regenen dan is dat niet erg. Een goede locatie blijkt later, want ook nu komt het zo af en toe met bakken uit de lucht.

Natuurlijk kan Jeroen de verleiding, om wat te kopen, niet weerstaan. Hij valt als een blok voor een zogenaamde “pocket trumpet”, een kleine mini trompet. De nationale parken zijn, komende weken, het bezoeken niet meer waard. Alle beestjes zullen massaal op de vlucht slaan bij het horen van de noeste pogingen om ‘Zak eens lekker door’ en ‘Heideroosje’ tot een goed en zuiver einde te brengen op het koperen instrumentje…

Na de rommelmarkt gaat onze trip verder. We rijden via een ’scienic drive’ naar Byron Bay. Wederom weet Gerard een plek waar 1000-en vleermuizen hangen. Vanaf de weg hebben we een perfect uitzicht op de bomen die volhangen. Ongelooflijk wat een gaaf gezicht! Dit is wel even wat anders dan de vleermuisgrot in de dierentuin…

Byron Bay is een toeristische plaatsje wat bekend is vanwege de goede surf -en duikmogelijken. En vanwege het feit dat dit het meest oostelijke punt van Australië. We eten er een ijsje, schuilen er voor nog meer regen en laten ons fotograferen door Gerard op het meest oostelijke puntje.

Pas als het donker is komen we weer ‘thuis’, we zijn heel de dag onder de pannen geweest. Gerard stookt het haardvuur op en Janna kookt een, wederom niet te versmaden, potje.En gisteren zijn we dan, na drie nachten in het heerlijke bed met uitzicht op de kangaroes, vertrokken naar Brizzy (Brisbane). We krijgen nog twee grote zakken macademianoten in de handen gedrukt. Die hebben we eerder met z’n vieren gepeld en gesorteerd waarna ze door Janna zijn geroosterd in de oven.

Ook heeft ze voor ons een lunchpakketje gemaakt. ‘Dan hoeven jullie niet meteen naar de supermarkt te rijden’. Wat een schat!

Als we weggaan schrijven we nog snel een boodschap in het gastenboek. ‘Lieve Janna en Gerard, mochten jullie ooit door Eindhoven komen, wij hebben misschien geen Creek maar wel een vijver (koeiendrinkbak). En verder, altijd zichtbaar, een enorme slang… onze enige echte tuinslang! –> Dus komt dat zien, komt dat zien!’

Familie Sanders in Australie…

april 19, 2008 by jeroenmim

 

We zijn op bezoek bij Gerard en Janna. Deze twee geëmigreerde Nederlanders ontmoette we in het Nationale park ‘de Grampians’. Daar hoopten we, toen we net aan de trip in Australie begonnen, onze eerste kangaroes te spotten. We zagen er die eerste dag helaas niet eentje. Wel zagen we een Gazelle… de damesfiets van Janna!

 

We hadden een gezellige avond aan het kampvuur met deze ‘Groningers’. En de volgende morgen ontvingen we, naast een zak macademianoten uit hun eigen tuin, een uitnodiging om Gerard en Janna later thuis te bezoeken. Natuurlijk zijn we hartstikke benieuwd hoe het dit sympathieke stel, in de 25 jaar dat ze in Australie wonen, is vergaan. We bewaren het adres en telefoonnummer van de familie Sanders dan ook zorgvuldig. 

 

‘Georgica, de town waar wij wonen, ligt vlakbij bij Brisbane’ legt Gerard bij het afscheid in de Grampions uit. Vlakbij Brisbane betekent in Australie 300 km, dus ongeveer het kippe-eindje Limburg - Groningen (ha, ha)! We zijn ondertussen ontzettend nieuwsgierig naar het ‘land’ van Gerard en Janna. Ze hebben ons er al veel over verteld die eerste avond bij het kampvuur. Toen ze verhuisden van Noordbroek (Groningen) naar Georgica, kwamen ze bijvoorbeeld niet verder dan het hek op hun land. De rest was bush-bush & tropische regenwoud (20 hectare). Een groot gedeelte van het land is nog steeds tropisch regenwoud. Maar Gerard en Janna hebben ondertussen ook een hele tropische moestuin begrijpen we. 1000 macademia bomen (hobby noemen ze dat), papaja’s, advocado’s, citrusbomen… een ‘mop’ (groep/familie) wilde kangaroes en een koala… Ondertussen branden we van nieuwsgierigheid!

 

En hoewel er in de tussentijd veel veranderd is, komen wij (25 jaar later) ook niet verder dan het hek. We slippen namelijk weg op het natte gras van de oprit. De 450 meter van het hek naar het huis leggen we dus te voet af. Spannend… wat voor huis zien we zodadelijk als we om de hoek gaan?

 

Nou, Gerard en Janna wonen in een prachtig huis! De klompen staan voor de deur ;-) We lopen onder de veranda door en zien Janna nog net een paar macademianoten ‘legen’. ‘Oooooh daar zijn jullie al, kom binnen!’ Na een hartelijk welkom blijkt ook dat de Australische mentaliteit al helemaal is overgenomen door Gerard. ‘No worries, ik trek jullie er zo wel uit met de trekker’. NB heel de familie Martens laat zich graag door trekkers uit de blubber trekken, vraag broer Paul maar die de landrover van Jeroen in Nederland ‘rijdend’ probeerde te houden.

 

Omdat de trekker en de gewone 4×4 een lege accu hebben, trekt Gerard ons los met de bestelbus. Blijkt ook een 4×4 te zijn. En die hebben we nodig ook. Als we los komen slipt de hele camper naar links, ondanks fors tegensturen naar rechts. We glijden bijna tegen de zijwand van het pad (hadden we al verteld dat we de verharde weg niet mogen verlaten met onze camper?). Het inkorten van de sleepkabel brengt uitkomst en omdat we geen risico willen nemen sleept Gerard ons helemaal tot aan het huis. Het mooie gazonnetje van de familie Sanders is in no-time veranderd in een modderspoor. Welkom hoor familie Martens…

 

 

Maar eerlijk is eerlijk, we hebben in dit half uurtje meer lol dan de afgelopen drie dagen. We bezochten toen namelijk de Blue Mountains NP (World Heritage) in de mist. Bekend om zijn prachtige uitzichten zagen wij alleen grote witte mistgordijnen. En omdat we ondertussen gruwelijk veel regen hebben gehad, waar we beiden nogal ‘grumpy’ door werden, besloten we gewoon in een keer door te rijden. In Georgica schijnt vast de zon… Maar helaas, de regen komt dus ook hier met bakken uit de lucht (jaren niet zoveel gevallen begrijpen we).

 

Na Georgica moeten we dus nog even verder rijden voor de zon. Maar het huis van Janna en Gerard is ook heerlijk warm (een firewood in de huiskamer brand de hele dag) en we voelen ons hier ontzettend welkom. Ineens heeft de regen niet meer zo’n invloed op ons humeur. En vanuit de huiskamer huppelen de kangaroes inderdaad aan alle kanten om het huis. GEWELDIG!! Daar zitten we dan, met een kopje koffie/thee en heerlijke zelfgebakken koek te genieten van ‘wildlife’ en uitzicht. Het land van Gerard en Janna strekt echt enorm uit. Ze hebben zelfs een eigen valei en daar kijk je over uit in de huiskamer…

 

 

Gerard heeft het huis zelf gebouwd. Overal zijn grote ramen en kijk je in de prachtige tuin vol… kangaroes! Het lijkt wel of ze ook nieuwsgierig zijn naar het bezoek want ze lijken door alle ramen naar binnen te koekeloeren. Zelfs als we op het toilet zitten zien we, door het (voor Nederlandse begrippen) enorme raam, een Skippy op het gras rondhoppen. Janna verteld dat ze, toen ze het huis bouwden, nog erg in een Nederlandse ‘mindset’ verkeerde. In het toilet hadden ze een klein matglas raam bedacht. Maar later realiseerden ze zich, bij kennissen op toilet, dat zo’n groot raam natuurlijk veel fijner is. Met de eerste buren kilometers verderop is er namelijk echt helemaal niemand die naar binnen kan kijken!

 

 

’s Avonds is er heerlijke Hollandse kost met een Australisch tintje. Zuurkoolschotel uit de oven en zoete aardappelstamp. We zitten te smullen en gaan met veel te dikke buiken naar bed. We laten de gordijnen open en zien nog net een paar huppelende vrienden voorbij komen. En ’s ochtends het eerste wat we zien… Kangeroes. Moeders met kleintjes in de buidel komen een kijkje nemen. Dit is zo ontzettend gaaf! 

 

 

 

Na het ontbijt lopen we, het is gelukkig even droog, naar de bananenbomen. Normaal vinden we het niet zo spannend om iemands achtertuin te bekijken. Maar bij Gerard en Janna vinden we het wel ontzetend spannend. Hun achtertuin is namelijk het subtropisch regenwoud, compleet met bloedzuigers en slangen! De bloedzuigers hebben we in levende (bloedende) lijve ervaren. Jakkes wat een engerds! Hebben ze je eenmaal te pakken, dan is het een lastig truucje om ze ‘los’ te krijgen. Maargoed, ze zijn verder onschadelijk begrijpen we. Gerard neemt ons mee naar de rivier in de valei. Hij wijst de weg en kapt een baan door het woud! Overal krijgen we uitleg. Jee, dit is een prive nationaal park! De carpet snake hebben we trouwens niet gezien. Met knikkende knieen gaan we ’s middags de moestuin in. Daar is het beest het laatst gesignaleerd. ‘Wel uitkijken dat je er niet op gaat staan’… Brrrrrrrrrrr.

 

 

 

 

 

Maar ook de Nederlandse afkomst wordt niet verloochend. Naast klompen, Delftsblauw, speculaas en boerenkool in de moestuin nemen Gerard en Janna ons mee naar Nimbin. ‘Dat moet je zien, het is zo alternatief!’. We hebben er al een stukje over gelezen in de Lonely Planet… En inderdaad, Nimbin is een alternatief, kleurrijk hippie dorpje. Een dorpje vol ‘vage figuren’. Spacekoekjes verkopers op iedere straathoek en overal coffeeshops. We bezoeken het hippie museum. Dit blijkt een creatieve coffee shop waar je als ‘cleane toerist’ entree moet betalen. Ha, ha slim, hebben ze weer wat om de spacecake, weed, en spacecookies te bekostigen… We lachen hartelijk, al die coffeeshops…het lijkt het Stratums Eind wel.

 

 

 

’s Avonds voor ons geen ‘pot’. We houden het bij speculaas en weer zo’n heerlijke Hollandse maaltijd. Janna pakt flink uit: spruiten, bloemkool, aardappels, draadjesvlees, appelmoes en als Australische ‘touch’ een zoete maiskolf. En al komt de regen ook nu met bakken uit de lucht,… we blijven nog een nachtje! Het is veel te gezellig hier.

 

 

 

Sydney

april 15, 2008 by jeroenmim

Na de beestenboel is het weer tijd voor een grote stad. Sydney in dit geval, met 4.5 miljoen inwoners, dus echt gigantisch GROOT. We verblijven vier dagen op een camping in Lane Cove National Park. Een schitterend park midden in Sydney. Van hier uit is het overigens nog wel een dik half uur om in het Central Business District (het centrum) te komen.

Eindeijk zien we dan het Operahouse. Voor ons toch het symbool voor ‘de andere kant van de wereld’. Bekend van foto’s, magazines en TV bewonderen we hem nu zelf. En ja, ook in het echt een schittend gebouw. Vanaf het water valt het gebouw overigens al gauw in het niet bij de skyline van Sydney: wolkenkrabbers en natuurlijk de Harbour Bridge, bijna net zo’n icoon als het Operahouse. Maar vreemd genoeg is niet het Operahouse het hoogtepunt van Sydney.

.

Ook de friet en fricadel speciaal en bitterballen, waar een van onze (zelf reislustige) lezers op attendeerde is niet het hoogtepunt van Sydney. Ook hierop hadden we ons al een poosje verheugd, maar het wordt tijd dat de Nederlandse uitbater weer een keertje in Nederland een patatje gaat prikken. En zeker een fricadel en bitterballen, want de versies die hij voorschotelt ‘zijn te eten’, maar lijken niet op de ‘real thing’.

Komen we nog een keer in Sydney, dan bestellen we (onafhankelijk van elkaar) een ‘frietje Okkiwokkie’ bij hem. Gewoon om ‘m op het verkeerde been te zetten. We zeggen er uiteraard niet bij wat het is. Moet ie helemaal naar Nederland om te achterhalen wat dat populaire frietje ‘Okkiwokkie’ toch is (euh… iemand het weet?). Kan meneer de uitbater meteen even proeven hoe friet speciaal ook alweer smaakt (dus met echte mayonaise en echte curry). En ziet ie ook weer eens ‘live’ (ronde) bitterballen.

Nee, wat wij het leukst aan Sydney vonden, heeft helemaal niets met Sydney te maken. Dat hadden we in iedere bioscoop kunnen ervaren… Hoewel, we hebben de film wel op het grootste doek ter wereld gezien. En wel in 3D. We zijn namelijk naar de nieuwe 3D film van U2 geweest. Een echte aanrader voor muziekliefhebbers. Ruim een uur voor aanvang van de film staan we al in de rij bij de bioscoop. Niet omdat dat moet, maar vanwege een communicatiefoutje tussen ons beiden. Maargoed op deze manier lijkt het wel alsof we naar een echt popconcert gaan.

Naast een mooie concertregistratie, heeft het drie dimensionele echt toegevoegde waarde. Vanaf het allereerste moment zitten we met de rillingen op onze rug. We zitten MIDDEN in het concert! Dan weer lijkt het alsof we op het podium staan en dan weer lijken we te swingen tussen het publiek. Zelfs die iritante lange slungel voor je ontbreekt niet, maar dit keer gewoon geprojecteerd op het witte doek. Met een bioscoopscherm van 8 verdiepingen hoog toch anders dan de gemiddelde bioscoop. Missschien dus toch maar goed dat we dit in Sydney ervaren. Dus allen: Gaat dat zien, gaat dat zien. Dan gaan wij ondertussen weer een paar dagen beestjes kijken.

Tis hier een beestenboel!!!

april 10, 2008 by jeroenmim

Afgelopen dagen hebben we weer volop mooie en erg leuke beesten gezien. Zo stonden we op een camping met ‘tamme’ kangaroes, parkieten, met alle kleuren van de regenboog en kookaburra’s.

Kangaroes hadden we natuurlijk al eerder gezien. Maar de kangaroes op de camping verroerden geen poot toen wij een foto kwamen maken. Ze vonden het best! Je zou ze zo kunnen aaien en de verleiding is erg groot… Maar het mag niet. Je mag ze ook niet voeren. Overal staan bordjes met uitleg. Het is niet goed voor hun ‘dieet’. Daarbij kunnen de beestjes aggresief worden als ze honger hebben en gewend zijn om hun voedsel normaal van mensen te krijgen.

Miriam ondervond dat al even toen ze een appel at in de buurt van de kangaroes. D’r was er een ‘als de kippen bij’ en stond op zijn achterpoten klaar om Miriam te bespringen. Brrrr Mim heeft gauw de appel in haar jaszak gestopt. Ze stond druk gebarend voor Skippy ‘er is niets te eten’. De kangaroe keek alsof ie dacht ‘ben jij gek of ben ik het?’. Mim koos vervolgens het hazenpad want een volwassen kangaroe op achterpoten is toch wel errug groot!

Nee, het ‘wildlife’ voeren we niet. Of nouja… bijna niet. Want nadat we gezien hadden dat vele campinggasten de vogeltjes voerden wilde we dat zelf ook weleens beleven. Zulke gekleurde vogeltjes hebben we thuis namelijk niet. In de Van Wassenhovestraat wonen alleen maar (huis)mussen. En ook in de voiliere van ‘dun ouwe Cees’ zagen we nooit zoveel vrolijke vogels tegelijkertijd. Jeroen heeft daarom ’s ochtends heel stiekem een boterham met zijn vrienden gedeeld. Wel moest Miriam de kraai, die vervolgens ook kwam schooien, wegjagen. Die pastte niet op de knie ;-)

Oh, hier willen een paar vrolijke vrienden de groeten doen aan ‘dun ouwe Cees’.

He pap, als je deze gekleurde vrienden in je voilere had, zou je de boel dan ook opgeruimd hebben?

Kookaburra’s hebben we al eerder gezien. ’s Avonds hoor je kookaburra’s hard lachen. Vooral als er een aantal bij elkaar zitten maken ze een enorm lawaai. Erg grappig. En voor de oplettende kijkers: Mim had er een op haar hoofd in een vorige posting. Oke, een trucfoto, het beest zat natuurlijk gewoon op een paal. Toen we hem voor de eerste keer ‘troffen’ wisten we eigenlijk alleen dat hij overal in Australie voorkomt en dat er een liedje over de vogels is dat alle schoolkinderen leren. Wij zingen nu ook altijd voor hem. De oorspronkelijke melodie zijn we echter kwijt. Wij zingen daarom hard & vals: ‘Heeeeeeeeeej kookaburra’ (melodie ‘eeeeen kopje koffie’). Laatst hoorden we echter dat kookaburra’s vleesetende vogels zijn. Ze vangen slangen en gooien die van flinke hoogte naar beneden. Daarna wordt het dode beest lekker opgepeuzeld.

Een kookaburra ziet er dus koddiger uit dan ie is. En met bovenstaande in het achterhoofd bezorgt zo’n doorgrondende blik van het beestje je de rillingen over je rug. Ze zitten altijd gewoon op een paaltje of hekje vlak bij je camper. Eerder gingen we altijd een ‘praatje’ maken met um. Maar tegenwoordig benaderen we ze toch maar wat minder. Stel je voor dat ie je ogen eruit lepelt! Je weet het niet he, als ze honger hebben. Wat voor kangaroes geldt, geldt misschien ook wel voor kookaburra’s ;-)

Miriam kreeg op een van de campings trouwens een demonstratie ‘kookaburra voeren’ door een campinggast. D’r werd een stuk bief gehaald… HAP, slok weg!!! Vier kookaburra’s aan ‘t vechten voor biefstukje twee. Nee… Het voeren van die beestjes laten we zeker achterwege.

Ook zagen we, toen we ’s avonds ons kampvuurtje aan het opstoken waren, een possum. Het beest liep een beetje rondom onze camper te kraken. En omdat wij een enorm groot, eng en gevaarlijk beest verwachtte -SPANNEND- zijn we toch maar even gaan kijken. Tja, in het donker is alles anders he? In Nieuw Zeeland worden possums gezien als ongedierte. Ze zijn daar in erg grote getalen aanwezig en eten hele bossen leeg. En omdat er op die manier geen voedsel overblijft voor het nationale troetelbeest (de kiwi) worden de beestjes druk bestrijd. Vallen, gif, jagers… En of je, als je er een op de weg ziet, aub gas bij wilt geven. Ja, in Nieuw Zeeland wonen dierenvrienden! Maar in Australie is een possum gewoon weer een leuk beest. Waarschijnlijk heeft ie hier voldoende natuurlijke vijanden. Ze woekeren hier niet. Misschien dat een kookubarru? ;-)

Gisterenavond in ‘Kangaroo Valley’ hebben we nog een nationaal symbool van Australie gezien. Oke, ook een paar kangaroes, wie had dat gedacht ha, ha. Maar die bedoelen we niet. Nee, we zagen wombats! Een wombat is een soort reuze cavia (gemiddeld 35 kilo, nauw verwant met de koalabeer, echter de wombat zal je niet aantreffen in een boom). Jeroen vindt het trouwens meer ‘een tank op pootjes’ ;-) Overdag ligt het beest lekker te vegiteren in zijn hol. En ’s avonds als het schemert komt hij tevoorschijn en zoekt een mooi veldje om te grazen. We zijn speciaal naar ‘Kangaroo Valley’ gereden omdat we hoorden dat er daar veel zitten. Nou, het klopt hoor! Ze kwamen zo langs onze camper gewaggeld op naar ‘het diner’. We zijn ’s avonds met onze zaklampen op onderzoek uitgegaan (Jut en Jul op avontuur). Rond onze camper alleen al hebben we er acht gezien! Helaas zijn de beestjes wel een beetje schuw. En ze vinden het ook niet fijn als je in hun oogjes schijnt of ze op de flitsfoto zet…

Wombats vinden het trouwens ook lekker om te wroeten. Dat bleek vanmorgen toen we het grasveld bij daglicht weer zagen. En weet je wat ze ook fijn vinden? Schurken tegen campers. Daar kruipen ze onder en schurken vervolgens lekker met hun rug tegen de onderkant. Ja, ja… je moet krabben waar het jeukt! Gelukkig had Forbes verteld dat die mogelijkheid bestond. We lagen vannacht namelijk te schudden in bed! Vast de wombat die ons wilde straffen voor het grote zaklamp & flitsgebeuren. Hij heeft namelijk ook onder de deur van onze camper gepoept :-)