Vreemde snuiters en snorkels
mei 10, 2008 by jeroenmim
Er lopen hier in Australië nogal wat vreemde beesten rond die we in Europa niet hebben. Eén daarvan is de platypus. Naast de echidna (een miereneten met de uiterlijke kenmerken van een stekelvarken) is de platypus het enige zoogdier dat eieren legt. Dat is het niet het enige vreemde aan het beestje. Het heeft een eendenbek aan de voorkant en een otterstaart aan de achterkant. Verder ziet het beestje niet al te best, maar weet zich te oriënteren via spanningsveldjes in het water. Nou, zo’n beestje willlen we dan wel eens zien! Probleem is alleen dat ze maar op een paar plekken voorkomen en ze zich lang niet altijd laten zien. Maar wij zijn zeker ze te gaan zien hoor. We weten inmiddels zelf ook wat voor mazzelaars we zijn.
En inderdaad, in Eungella National Park zien we (na een half uurtje wachten) een platypus rondzwemmen. Het beestje laat zich steeds 5 seconden zien, om vervolgens onder water te duiken en 20 seconden later weer ergens boven water te komen. Voor de schitterende schildpadden, die er in grote getale ronddobberen, hebben we geen oog meer.

Twee dagen later maken we zeil- annex snorkeltrip bij de Whitsunday Islands. Verwend als we inmiddels zijn, zijn we niet onder de indruk van het koraal. In Thailand en Maleisië is het veel kleurrijker. Hier is het koraal wit/grijs en een beetje grauw. Zou dit nou het resultaat zijn van de ‘global warming’? De visjes zijn wel prachtig maar het geheel valt dus een beetje tegen.

Wel ontmoeten we op de boot een Duits koppel dat al zeven maanden Down Under reist. De platypus hadden ze, na verschillende pogingen ondernomen te hebben, nog niet gezien…

Wel de cassowary. De cassowary is een emu-achtige vogel, met een grote hoornen bult op zijn hoofd. Op dus naar Daintree National Park, want daar huisvest de cassowary. Ook deze rare snuiter willen we wel eens zien. Omdat het leefgebied van de cassowary, tropisch regenwoud, steeds kleiner is geworden, is het beest bijna uitgestorven. Daarnaast worden er nogal wat van de beesten doodgereden.

Door het regenwoud zijn verschillende boardwalks aangelegd. We slaan er geen over, want we willen de cassowary ook wel eens zien in het wild (in de Australian Zoo hadden we ze namelijk al wel gezien). Helaas, we zien er niet eentje. Ook ons geluk is niet onuitputtelijk.


Of toch niet? Als we de volgende ochtend het park weer willen verlaten (en dan maar een foto van de plastic cassowary aan het begin van het park willen maken), staan er ineens twee van die enorme vogels midden op de weg. In het echt zien ze er bijna net zo plastic uit als het afgietsel. De felgekleurde nek zou niet misstaan in een jaren-50 koelkast (ook leuk onder een black light). Even later stopt er nog een auto. De twee dames op leeftijd omhelzen elkaar van geluk. Ze hebben al een week gezocht naar een cassowary in het wild. Eindelijk is het ze dan gelukt!

En gisteren kwamen we aan in Cairns, ons eindpunt aan de oostkust van Australië. Voor velen een vertrekpunt om naar de Great Barrier Reef te gaan. We twijfelen of we nog een keer zullen gaan snorkelen, Whitsunday viel immers tegen, maar besluiten het toch te doen. We zijn er immers toch. De glossy folders laten we links liggen bij het boekingskantoor. Het moet goedkoop…

Tja, dan krijg je een boot die eruit ziet alsof die ieder moment naar Bangladesh kan worden verscheept om daar op het strand gesloopt te worden. Maar we komen hier niet voor de boot. We komen voor de Great Barrier Reef. Volgens de BBC nummer 2 van de dingen die je gezien moet hebben voordat je dood gaat (van de top-50, nummer 1 is de Grand Canyon, we zijn de lijst overigens niet aan het afwerken).
Dit keer is het snorkelen adembenemend mooi. Het water is zo helder dat je met gemak 25 meter verder kan kijken. Schitterende vissen, schitterend koraal. Deze trip was boven verwachting. OK, de boot ziet er niet zo flashy uit, maar de bemanning is vriendelijk en servicegericht en het aantal snorkelaars op de snorkelplek valt heel erg mee (bij sommige locaties snorkel je met meer dan 200 man!!, over “tourist trap” gesproken).

Kortom, we hebben weer een leuke week achter de rug. We zijn bijna gereed om naar de outback te gaan. De camper is gewassen (geen spoor meer te bekennen van onze off road activiteiten), de trompet is naar huis gestuurd en morgenvroeg gaan we alles weer in de rugzakken proppen. Zondag vliegen we naar Alice Springs in het hart van Australië. Daar staat weer een Wicked op ons te wachten.
Zullen we dit keer wel een hippe Wicked krijgen, of gaan we weer met de Suf-mobiel op pad?














































































