Drie dagen Straddie

Afgelopen vrijdag was het ANZAC-day, een nationale feestdag. We hebben daarom een ‘veilig onderkomen’ gezocht want het hele land ligt plat. Men trekt er massaal op uit om te kamperen. ‘When in Rome, do as the Romans do’, dus ook wij gaan kamperen. Dat doen we overigens al een kleine drie maanden ;-) Onze keuze valt op North Stradbrooke Island, door de locals ook wel afgekort tot Straddie. Australiërs korten trouwens vanalles af. Blanket is blankie, Brisbane is Brissie, breakfast is brekkie en North Stradbroke Island is dus Straddie.

Het eiland, vlak voor de kust van Brissie, heeft slechts een drietal doorgaande wegen, geen supermarkten en een handvol campings. Het is een eiland waar men naar toe gaat om te vissen, 4×4 rijden of te surfen. In combinatie met de zon, die nu eindelijk overvloedig is gaan schijnen, lijkt het hier Hawaï wel. Het bevalt ons dan ook prima op Straddie. Het initiële plan om hier een dag te blijven, verandert dan ook snel. We blijven er drie.

Op onze camping, langs de zee, staan bordjes die waarschuwen voor haaien, sterke onderstromingen, rotsen etc. Genoeg redenen voor ons om uit het water te blijven. Gelukkig is er ook een ‘veilig’ gedeelte. Daar zijn netten tegen de haaien gespannen en kan dus wel gezwommen worden. Misschien een beetje naïef van ons, maar wij dachten, voordat we naar Australië kwamen, dat voor hele grote stukken van de kustlijn netten tegen de haaien gespannen waren. In werkelijkheid is dat hier en daar een stukje ter grootte van een voetbalveldje. Niet dat die netten ons hebben overtuigd om te gaan zwemmen trouwens.

De eerste avond zien we namelijk een zwart-bruine slang door het ondiepe water kronkelen. Brrr. Haaien zien we trouwens ook langs het strand van de camping. Nouja, hele kleintjes (formaatje tekkel). Het type wat wij zien, bijt volgens de locals niet. Al kijken de twee duikers in het water niet heel relaxed. Wij staan gelukkig hoog en droog op de kant en vinden het allemaal wel spannend!

Bij de camping ligt ook een kleine pier om te vissen. Iedere Australiër lijkt te vissen. Jong, oud, man, vrouw. Iedereen loopt hier met een hengel rond. Dat snappen we wel; vissen is natuurlijk veeeeeel veiliger dan zwemmen :-) De boekhandels liggen vol met vis-tijdschriften en overal koop je ‘bait’ (aas). Op de auto’s zijn speciale kokers op de bullbar gemonteerd. Hierin worden de hengels vervoerd.

Als we de eerste avond een kijkje nemen op de pier, vallen we direct met onze neus in de boter. Er zwemt een dolfijn bij de pier. Een paar knaapjes van een jaar of 10 voeren de dolfijn visjes. Ze hebben de visjes ’s middags met een net naar boven gehaald en gooien ze nu (dood) naar beneden. Direct onder ons smikkelt Flipper er lekker van… Hij komt steeds dichter bij. Je kunt hem zowat aanraken!

Later horen we van de ranger dat het visjes voeren eigenlijk niet mag. De dolfijn is een zeldzame Asian Pacific dolphin. Die is mede zo zeldzaam geworden omdat ze niet mee weet hoe ze haar eigen voedsel bij elkaar moet jagen. Oh!

Het is niet de enige dolfijn die we zien. Mazzelaars als we zijn, zien we er ook eentje meesurfen in een grote golf. Bij ‘Point lookuit’, een uitkijkpunt boven de knalblauwe zee, zijn we de eerste dag wel erg ‘lucky’. Zeker 150 a 200 meter lang zwemt een dolfijn met een grote golf mee. Hij geeft een fantastisch staaltje ‘golfsurfen’ weg ;-) Een schitterend gezicht. We blijven nog zeker een uur staan turen in de zee of we nog zo’n showtje kunnen meepikken. Maar buiten een schildpad en een aantal manta roggen (ok mooi!) zien we niets.

De schildpadden die hier huizen zijn grote zeeschildpadden. Een stukje verder vanaf het (ontzettend gave) wandelpad hebben we er goed zicht op. Hier is een grote zee-inham en je kijkt vanuit een houten vlonder recht het kraakheldere water in. Af en toe komt er een schilpad voorbij. Kleintjes maar ook hele grote! Ook zij lijken te surfen op de golven. Ze surfen zo achter hun ochtend- middag en avondmaaltijd aan.

Iedere dag keren we terug naar Point Lookout en het wandelpad naar de schilpadden. Het zijn echt ‘filmlocaties’ hier… Als we het eiland uiteindelijk verlaten, concluderen we eensgezind ‘Straddie is een paradijsje!’.

Oh, we hebben trouwens ook het duiveltje ontmoet. Deze knaap (een guana) liep op het parkeerterrein bij een meertje. Je kunt beter niet gebeten worden door zo’n joekel want de infecties, van zijn beet, kunnen dodelijk zijn. Een guana is echter ook bang voor ‘de mens’. Hij zal daarom zelf waarschijnlijk het hazenpad kiezen. Veiligheid betekent voor hem ‘de hoogte in’. Hij klimt het liefst in een boom.

Mocht je een guana op een open vlakte tegenkomen en hij komt naar je toe… Dan kun je beter op de grond gaan liggen. Da’s veiliger dan ‘boom spelen’ hebben we geleerd. Deze guana waggelde echter op zijn gemakje naar een bosje verderop. Daar bleef hij brutaal op de grond naar ons zitten kijken. Tja, toen hebben wij het hazenpad maar gekozen. Brrrrrrrrrrrrrrrrrrr

Categorie: ,

2 Reacties to “Drie dagen Straddie”

  1. Barrie zegt:

    Potdorie, dat ziet er allemaal wel erg supertjes uit zeg! Boel beestjes daar in Australietje. En haaitjes, ik geloof ook dat ik mn flippertjes in mn koffertje zou laten zitten…Ik begrijp dat visjes vangen wel, zo hebben die Aussietjes het ideetje dat ze toch nog de baasjes in eigen landje zijn.

  2. Barrie zegt:

    En oja, dat heb ik niet eerder gezegd volgens mij maar chapoo chapoo voor die prachtige kiekjes!!

Reageer