
Vanaf ons relaxadres op oost-Bali, waar we prachtig snorkelde, reizen we rechtstreeks naar de plek waar de veerboot vertrekt op west-Bali. Viereneenhalf uur duurt de reis met de bus, is ons verteld. Na twee minuten in de bus in ons al duidelijk dat dit toch wel een optimistische inschatting is.
Onze eerste stop is al na 5 minuten. De bijrijder gaat even een sateetje halen bij een kraampje langs de weg. Aan strakke dienstregeling doen ze hier namelijk niet. Na de stop zet de bus de slakkengang, waarmee we voorbij kruipen, weer voort. We vragen onszelf al af of de versnellingen kapot zijn. Waren in Nederland de bussen van Arriva veelvuldig in het nieuws vanwege de deplorabele staat waarin ze verkeerden, de bus waarin wij reizen zou in Nederland niet eens worden toegelaten op de sloop!

Maar dit is wel het authentieke Indonesië. De bijrijder biedt ons een van zijn sateetjes aan. Omdat we net ons ontbijt achter de kiezen hebben, bedanken we vriendelijk. Maar we vinden het wel heel lief!
Na een uurtje bereiken we de officiële stopplaats op de route. De chauffeur en bijrijder gaan even lekker lunchen bij een kraampje op het station. Het betonnen hekwerkje tussen het perron en het plantsoentje doet dienst als bar. Het plantsoen is door de uitbater van de mobiele keuken omgebouwd tot keuken annex opslagruimte.
Zien eten doet eten en ook wij lusten eigenlijk wel zo’n lekker gerechtje. Rijst met wat kip, kroepoek, saus, een half eitje. Het zit handig verpakt in een vetvrij papiertje. Het eten is verbazend lekker en twee gerechten kosten omgerekend nog geen 50 eurocent. Omdat we de enige toeristen zijn, zit iedereen ons eens op het gemakje te bekijken. En wij kijken wat terug… Grappig.

Om kwart over elf, ruim twee uur na vertrek, zijn we nog geen 30 kilometer opgeschoten. Dat wordt een latertje vanavond. Gaandeweg wordt het steeds drukker in de bus. De bijrijder staat inmiddels bij de achterdeur om passagiers in- en uit te laten stappen. We maken geen stops meer om te eten of eten te lozen, maar door het vele in- en uitstappen komt de vaart er niet in. Tegen half vijf bereiken we ons eindstation. Half vijf. Vertaald door de mevrouw van het kaartjesloket als ‘four and a half hour‘. Precies zoals vooraf verteld dus…
Op de boot naar Java mogen we nog even genieten van een productdemonstratie. Electrische dekens of elektromagnetische matjes worden niet aangeboden. Wel handige petjes met ingebouwde zonnebril, een centuur die je kan veranderen in een draagtas en een warme muts die tevens dienst kan doen als sjaal. Altijd handig in de tropen. Het is erg grappig om de demonstratie te volgen en te zien wie wat allemaal koopt.
We weten inmiddels ook hoeveel personen er in een Suzuki-busje passen. 14, inclusief 2 toeristen met veel te lange benen en uitpuilende rugzakken. Gaande weg de rit gaat de vooraf afgesproken prijs nog even met 100% omhoog. We hadden niet gezegd dat we bij het hotel afgezet wilden worden. Dus worden we maar gedurende rit afgezet. In financiële zin dan. We zijn te moe om er flinke stennis van te maken, hoewel we dat eigenlijk wel zouden moeten doen want dit is niet zo netjes! Maar vandaag gunnen we de ‘extra’ 70 eurocent, die we worden ‘afgezet’, van harte. We willen naar bed!
We zijn in een plaatsje beland waar weinig toeristen komen. Het plaatselijke hotel is dan ook niet veel soeps. De goedkope kamers lijken wat op de kamers van het daklozen hotel waar we ooit eens sliepen in Parijs. De enorme en duurdere kamers voldoen met de hakken over de sloot aan de norm. De jaren zeventig bruine toiletpot stinkt naar urine en spoelt niet meer door. Maar met de bak water waarmee je normaal ‘douchet’ (Mandi) kunnen we doorspoelen. Wat wel ontzettend luxe is… we hebben een tv op de kamer! Met de zenders Indonesië 1, Indonesië 2, Indonesië 3 en een engelstalige zender met motorcross erop. Dat wordt dus een gezellige avond voor de buis

Eerst maar even wat eten. Maar omdat we ‘blut’ zijn, moeten eerst nog wel op zoek naar een geldautomaat. Het pinnen blijkt vandaag echter een uitdaging. Met enige moeite vinden we een automaat, maar deze blijkt niet geschikt voor onze bankpassen… Ook de tweede en derde geldautomaat die we vinden blijken niet geschikt. Maar met de hulp van de twee vriendelijke medewerkers op het postkantoor, waar we verschillende keren terugkomen om naar de volgende automaat te vragen, lukt het om een geldautomaat te vinden die geschikt is.
Met een volle portemonnee en lege maag gaan we vervolgens op zoek naar een restaurant. Maar in de niet-toeristische plaatsen zijn maar weinig restautants. De Indonesiërs zelf eten veelal bij stalletjes aan de kant van de weg. Wat een goed idee. Ook wij nuttigen er onze avondmaaltijd. De eigenaar vindt het maar wat mooi. Anderhalve euro moet onze maaltijd met drankjes kosten. Van een fooi wil hij niets weten, die had hij waarschijnlijk al meegerekend in de eindafrekening.

De volgende ochtend gaan we met de trein naart Probolinggo. Van daar uit zullen we de Bromo vulkaan gaan bezoeken. De bemo (het Suzuki busje) kost dit keer hetzelfde als de avond ervoor. Alleen nu hebben we het busje afgehuurd! Op het station staat een groepje jongeren muziek te maken. Met een trommel, gitaar en een ijzeren beugel die dienst doet als triangel. Het klinkt fantastisch.

Als de trein wel erg veel vertraging lijkt te hebben, blijkt dat we een uur te vroeg zijn opgestaan. Op Java is het namelijk een uur vroeger dan op Bali. Maar met de muzikanten om ons heen, vliegt de tijd voorbij. Als we dan uiteindelijk de trein in gaan, zwaaien ze ons enthousiast uit.
De trein is een “luxe” bisniss class trein. Te vergelijken met het interieur van een stoptrein in Nederland. Maar iedereen heeft een aangewezen stoel en de trein stopt niet op ieder station. Waar wel wordt gestopt stappen verkopertjes in. Nasi, water, kroepoek, banaantjes, gebakken banaan, vanalles wordt er aangeboden. Honger of dorst hoeven we niet te hebben. Voor een habbekrats eten we dan ook vandaag weer een lekkere nasi uit een vetvrij papiertje.
Probolinggo blijkt ook al weer zo’n stad zonder al te veel toeristen. Dit keer vinden we echter een redelijk hotel. Eigenlijk is het enige wat tegenvalt het feit dat de warme douche, waar we ons erg op verheugde, niet warm blijkt te zijn. Na het inchecken gaan we letterlijk eten in een satéhut. Omdat niemand Engels spreekt blijkt zelfs het bestellen van een maaltijd een hele opgave. We bestellen ieder 5 stokjes saté. 20 stokjes later komen we erachter dat we rundvlees hebben gegeten en geen hond, zoals Miriam zich vertwijfeld afvroeg.
’s Avonds eten we in een ‘echt’ restaurantje, voorzien van lekker veel tl-licht. We kunnen dus goed zien wat we eten
We ontmoeten er Dolie, een Indonesiër die een half jaar bij zijn tante Ciska in Waalwijk heeft gewoond. We praten wat en hij geeft ons de tip om naar Yokyakarta via minibus te reizen. Hij verwijst ons door naar een reisbureautje waar hij goede ervaringen mee heeft. We gaan er een kijkje nemen en dan blijkt dat het reisbureautje ons ook, voor zonsopgang, op de Bromo-vulkaan kan brengen. Te gek! We baalden namelijk al dat de zonsopgang niet zou lukken als we de trip zelf zouden doen.
Om drie uur in de ochtend worden we bij ons hotel opgepikt. De eigenaar van het reisbureautje en een chauffeur brengen ons naar de Bromo. En omdat er niet meer aanmeldingen zijn voor het tourtje, hebben we dus weer een privétrip.
De reis naar de Bromo duurt een uur. Ruim voor zonsopkomst staan we samen met een Belgische jongen en een Engelse jongedame op het uitkijkplatform. De Bromo is omgeven door mist, de vulkaan zelf rookt als een ketter. Het ziet er al indrukwekkend uit. Klik hier voor de foto’s op Picasa!

Als de zon opkomt is het nog indrukwekkender, helemaal als de vulkaan achter de Bromo ook begint te roken. Dit is echt schitterend. De Belgische jongen maakt een “funny” shot, zoals hij het zelf noemt en binnen no-time staan we met z’n allen te springen.

De zon is inmiddels helemaal op. Na een korte rit met de auto worden we afgezet op een plek van waar we naar de vulkaan kunnen lopen. Via de ’sea of sands’, een surrealistich maandlandschap, bereiken we de vulkaan. Dan nog 253 treden omhoog en dan staan we bij de kraterrand. De geur van rotte eieren komt ons tegemoet.


De terugweg naar de auto leggen we te paard af. De Indonesische mini-paarden zijn niet gewend aan lange toeristen. Het is net of onze paarden een maat te klein zijn. Het paard van Jeroen zakt zelfs bijna door haar hoeven. Heel (brrrr)relaxed leggen we de terugweg af. Dit is Ponypark Slagharen op z’n best ![]()
Terug in Probolinggo is het tijd voor ontbijt. We krijgen niet het, door ons verwachte, bordje Nasi. Voor de westerlingen heeft men een apart ontbijt. We weten niet wat we zien! De dame serveert ons een witte boterham met hagelslag!!! (en een gekookt ei, want dat vinden toeristen vast ook lekker bij hagelslag
)

Om 11 uur zitten we in de minibus naar Yogyakarta. Een ritje van 7 uur. Of zouden ze bedoelen dat we om 7 uur arriveren? De lekke band helpt niet echt mee, maar het wordt uiteindelijk elf uur als we arriveren bij onze homestay.

Moe en voldaan vallen we in slaap met een “houten” kont. Zoals collega cowboy Clint Eastwood zou zeggen: ‘We’re getting too old for this shit’.
Categorie: Bemo, Bromo, Probolinggo, trein, Yokja
juni 5, 2008 at 1:59 pm |
sateetje, rijst, kroepoekje……jammie jammie! julllie maag zal er onderhand wel aan gewend zijn aan…….. En zoniet, dan kun je binnen enkele dagen van afstand ‘poepen in een boogje’……ben je meteen van het probleem af dat je knieeen tegen de muur komen.
cy
martijn